Top 100 van nul nul

De 100 platen verschenen in de jaren nul nul die de meeste indruk gemaakt hebben op Planet Trash. Gegarandeerd ongefundeerd en volstrekt subjectief en niet alleen daarom de enige lijst met 100 platen uit de jaren nul nul die er daadwerkelijk toe doet.


Top 100 van nul nul. Nummer 1 t/m 5

Nummer 1: The Hex Dispensers - The Hex Dispensers (2007)

The Hex Dispensers is volgens de officiële lezing begonnen op 06-06-06, maar dat klinkt natuurlijk te mooi om waar te zijn. Het drietal bestaat uit Alex Cuervo (gitaar en zang), Tom Kodiak (gitaar) en Alyse Mervosh (drums) en hebben hun plaat laten opnemen door Mark Ryan van The Marked Men en laten masteren door Jay Reatard. Een perfecte combinatie. Vierentwintig minuten en 55 seconden van gruwelijke genialiteit. Eigenlijk zijn alle tien nummers, inclusief Tubeway Army's Down In The Park, instant klassiekers, maar Forest Ray Colson is de onbetwiste nummer één gevolgd door Evil Eye en Are You An Assassin?.


Nummer 2: Evil Heat - Primal Scream (2002)

Op Evil Heat reduceert Primal Scream al het voorgaande werk tot slechts een vingeroefening. Deze plaat vormt de ideale mix tussen punk en elektronica. Frontman Bobby Gillespie is in topvorm en weet het maximale uit zichzelf en zijn directe omgeving te halen. Alsof de David Bowie uit zijn beste jaren nog eenmaal is opgestaan om te laten horen hoe het eigenlijk moet.


Nummer 3: Is This It - The Strokes (2001)

Is dit de plaat van de afgelopen 10 jaar waar het meest over geschreven is? Waarschijnlijk wel. In dit geval niet onbegrijpelijk. The Strokes klinkt op Is This It alsof de band pas in de schijnwerpers wilde komen staan op het moment dat de sound volledig geperfectioneerd was. Niet omdat The Strokes niet aan de wereld toe was, maar omdat de wereld nog niet aan The Strokes toe was.


Nummer 4: Return To Cookie Mountain - TV On The Radio (2006)

Return To Cookie Mountain kruipt niet zoals het debuut direct onder de huid, maar nestelt zich langzaam maar zeker in de hersenpan. Ieder nummer weet op een andere manier te verrassen. Op Province komt zelfs David Bowie meezingen. Altijd goed. Return To Cookie Mountain verwart, bedwelmt en verheft. TV On The Radio bewijst met deze plaat voorop te lopen in het hedendaagse muzikale landschap en één van de weinige bands te zijn die er werkelijk toe doet en ook nog eens een volstrekt eigen geluid heeft.


Nummer 5: No More Shall We Part - Nick Cave And The Bad Seeds (2001)

Ik word altijd een beetje verdrietig van No More Shall We Part. Niet alleen omdat het een typische deprimerende Nick Cave-plaat is, maar vooral omdat het de laatste grote plaat van Nick Cave is. Hierna volgt namelijk zijn zwakste plaat en vervolgens stapt Blixa Bargeld uit de Bad Seeds. Op No More Shall We Part is daar echter nog niets van te merken en daarom koester ik deze plaat.

Zondag 20 December 2009 at 1:45 pm Twee reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 6 t/m 10

Nummer 6: Laced With Romance - The Ponys (2004)

Het uit Chicago afkomstige The Ponys kwam precies op tijd. In 2004 kwam ik slechts een paar platen tegen die me echt wisten te raken. Waaronder deze debuutplaat van de garagerockers met een new wave-tik. Het wiel wordt niet opnieuw uitgevonden, maar er wordt wel een geheel eigen draai aan gegeven. Essentieel spul!


Nummer 7: Blood Visions - Jay Reatard (2006)

Deze plaat heeft er vreemd genoeg een relatief lange tijd over moeten doen om tot mij door te dringen. Vreemd, omdat Blood Visions alle onderdelen die een klassieke punkplaat zou moeten hebben op de juiste plaats heeft zitten. Na verloop van tijd greep ik steeds vaker terug op Blood Visions. Sporadisch worden ze nog gemaakt; klassieke punkplaten. Blood Visions is er een van.


Nummer 8: The Libertines - The Libertines (2004)

De break up plaat van Carl Barât en Pete Doherty met Mick Jones net als op het debuut weer achter de knoppen. Gegarandeerde chaos. Pete Doherty zat dit jaar vaker in de bak dan in de studio, maar weet in zijn spaarzame tijd toch nog een rits geweldige songs op te nemen. Het niveau op deze plaat hebben zowel Barât als Doherty niet meer gehaald.


Nummer 9: No Wow - The Kills (2005)

Het lijkt alsof het zangeres VV en gitarist Hotel geen enkele moeite heeft gekost deze spannende plaat te maken. Ik zie ze zo naar de studio lopen, inpluggen, peuk opsteken en spelen om slechts af en toe een flinke slok bier te nemen om de keel te smeren. Volle asbakken en prachtplaat zijn het resultaat.


Nummer 10: Third - Portishead (2008)

Het is dit decennium twee bands gelukt om na lange tijd weer bij elkaar te komen om vervolgens een plaat te maken die net zo goed, of misschien wel beter was dan hun vroegere platen. De ene band is Dinosaur Jr en de andere Portishead. Niet verwacht, toch gekomen: de geniale plaat van Portishead.

Zaterdag 19 December 2009 at 1:48 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 11 t/m 15

Nummer 11: The Time Of No Time Evermore - The Devil's Blood (2009)

De combinatie van psychedelica uit de jaren '60, hardrock uit de jaren '70 en de sfeer van occulte metal uit de jaren '80 en '90 maakt van de plaat een broeierig en intrigerend muzikaal document. Deze plaat is zo overweldigend dat het enige juiste advies moet luiden om deze plaat ten koste van alles wat je lief is links te laten liggen. Luister er niet naar, loop er met een ruime boog omheen en vermijdt ieder contact. Je bent gewaarschuwd.


Nummer 12: Desperate Youth, Blood Thirsty Babes - TV On The Radio (2004)

De debuutplaat van TV On The Radio. Een band waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. Een mix van heel veel verschillende stijlen dat hoogzwanger is van drama en spanning. Ondefinieerbaar, onpeilbaar en bij vlagen vol van waanzin. Een platencollectie zonder tenminste een plaat van TV On The Radio is geen platencollectie.


Nummer 13: The Pains Of Being Pure At Heart - The Pains Of Being Pure At Heart (2009)

Ik zeg het maar meteen; ik ben erg gevoelig voor rammelende noisepop met een hoog shoegaze-gehalte en dat is precies waar The Pains Of Being Pure At Heart voor staat. Denk aan een combi van The Velvet Underground, Shop Assistants, The Jesus & Mary Chain en My Bloody Valentine. Tel daar heerlijk lijzige zang bij op en zet de drums een beetje achteraan in de mix en een mooie plaat is geboren.


Nummer 14: Psychic Voodoo Mind Control - Catholic Boys (2004)

De garagepunkplaat van dit decennium. Catholic Boys is afkomtig uit Wisconsin en dat hoor je er aan af ook. Ziek, labiel, drugged out, buiten zinnen en uit op totale vernietiging. Voordat deze genieën een tweede plaat konden uitbrengen was de band al ontploft. Na het horen van Psychic Voodoo Mind Control begrijp je waarom.


Nummer 15: Satan's Little Pet Pig - Demon's Claws (2007)

Satan's Little Pet Pig neemt je voorzichtig bij de hand en leidt je haast spelenderwijs steeds verder richting het inferno. Omkijken heeft op een gegeven moment geen enkele zin meer. Je beseft dat hetgene achter je ligt daar voor eeuwig zal blijven en dat jij dankzij de klauwen van de demoon een andere, veel gevaarlijker en opwindender wereld zult betreden. Het zweet staat voor altijd op je kop en je hoort duivels gelach. Verwarring alom, maar één ding weet je zeker; Satan's Little Pet Pig is een plaat die je voor altijd een nieuwe, onfrisse kijk op de wereld zal geven. Dank u wel Demon's Claws.

Donderdag 17 December 2009 at 7:57 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 16 t/m 20

Nummer 16: Ecstacy - Lou Reed (2000)

Na New York maakte Lou Reed maar een paar platen en deze steekt daar met kop en schouders bovenuit. Tevens de laatste plaat voordat Lou Reed met allerlei pretentieuze projecten aan de slag gaat met dubieuze resultaten. Ecstacy heeft een aangename soul-kant, terwijl ook een geniaal lelijk nummer waar Lou Reed patent op lijkt te hebben in de vorm van het 18 minuten durende Like A Possum niet ontbreekt.


Nummer 17: Black Cascade - Wolves In The Throne Room (2009)

Wolves In The Throne Room weet niet alleen black metal met progressieve metal te combineren, maar ook zweverige, haast ambient-achtige passages daarin te verweven. Dankzij subtiele tempowisselingen blijven de vier lange nummers waar het album uit bestaat constant de aandacht vasthouden. Voor verslappen bestaat geen ruimte. Ondanks de duisternis blijven er minimale vonkjes van hoop zichtbaar. Wellicht tegen beter weten in.


Nummer 18: Fever To Tell - Yeah Yeah Yeahs (2003)

Naar Karen O kan ik uren kijken en daarnaast is het ook een dame waar ik uren naar kan luisteren. Een vrij zeldzame combinatie. Debuut Fever To Tell kent een oerkracht met een seksuele lading. Niet alleen dankzij de frontvrouw, maar ook dankzij drummer Brian Chase en gitarist Nick Zinner die beiden geen overbodige noten spelen.


Nummer 19: Cantan En Espanol - Wau Y Los Arrrghs!!! (2006)

Af en toe kom ik een plaat tegen die in staat is mij van het begin tot het einde bij de keel te grijpen. Cantan En Espanol van Wau Y Los Arrrghs!!! is zo'n plaat die me vanaf de eerste draaibeurt niet meer los laat. Wau Y Los Arrrghs!!! is een pure sixties garagepunkband uit Valencia en zingt inderdaad conform de titel van deze debuutplaat in het Spaans. Zanger Juanito Wau beschikt over de noodzakelijke rauwe, primitieve stem en de drummer en de bassist weten op nauwgezette wijze de ritmes neer te zetten. Tel daar de riffs van gitarist Molongui bij op, samen met een verrukkelijke overstuurde orgel en het plaatje van een volledig over de top en fucked up garagepunkplaat is compleet.


Nummer 20: Celebration Castle - The Ponys (2005)

Na het overdonderende Laced With Romance viel Celebration Castle in eerste instantie een beetje tegen. Van garagerock met een new wave-tik was de sound veranderd naar new wave met een garagerocktik. Na een paar keer goed luisteren blijkt de plaat echter nauwelijks onder te doen voor de voorganger.

Woensdag 16 December 2009 at 1:12 pm Vier reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 21 t/m 25

Nummer 21: Drum's Not Dead - Liars (2006)

Begin 2010 moet de nieuwe plaat van Liars verschijnen. Dat wordt de vijfde. Voorlopig hoogtepunt in het oeuvre is Liars' derde plaat Drum's Not Dead. Het is een bezwerende en regelmatig mechanisch klinkende plaat dat wordt afgesloten met het prachtige en gevoelige (in de juiste betekenis van het woord) The Other Side Of Mt. Heart Attack.


Nummer 22: Here Come The Lies - The Drones (2002)

In 2002 creeërde het uit Australië afkomstige The Drones een flinke buzz in garagerockland en kort daarna was Vera de eerste plek op het Europese vaste land waar de band op het podium stond. De band maakte de verwachtingen volledig waar. Mede dankzij de goddelijke bassiste Fiona Kitchin.


Nummer 23: Up The Bracket - The Libertines (2002)

Nog zo'n band uit 2002 die een flinke buzz wist te creeëren, zij het op een veel grotere schaal dan The Drones. Pete Doherty had toen al een reputatie als het gaat om opiaten, maar kwam tijdens het Eurosonic-optreden van The Libertines keurig op tijd opdagen om een puik optreden te geven. Niet veel later werd hij de Herman Brood van Engeland.


Nummer 24: The Master's Bedroom Is Worth Spending A Night In - Thee Oh Sees (2008)

Sommige platen hebben tijd nodig om effect te kunnen sorteren op het onderbewustzijn. The Master's Bedroom Is Worth Spending A Night In is zo'n plaat. Thee Oh Sees is afkomstig uit San Fransisco en in die stad weten ze wat psychedelische muziek is. In de eerste plaats is Thee Oh Sees echter een garagerockband. Op de plaat komen belangrijke garagerockbands als de Oblivians (distortion), The Gories (primaire drums) en Black Lips (het gevoel voor popliedjes) samen. Dit geheel wordt ondergedompeld in een warm psychedelisch bad en The Master's Bedroom Is Worth Spending A Night In is een feit.


Nummer 25: Demon's Claws - Demon's Claws (2005)

Als Jeffrey Lee Pierce nog zou leven dan zou hij waarschijnlijk goedkeurend knikken en een flinke teug whiskey nemen bij het horen van deze plaat. Een band die in de voetsporen van The Gun Club treedt zonder in herhaling te vallen of te kopiëren. Hypnotiserende garagerock uit de buitencategorie.

Dinsdag 15 December 2009 at 7:50 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 26 t/m 30

Nummer 26: Too Much Guitar - Reigning Sound (2004)

Onzin. Er kan nooit zoiets als teveel gitaar zijn. Deze plaat van Reigning Sound komt het dichts in de buurt van het werk dat Greg Cartwright met de Oblivians opnam. Iets minder blinde dementie weliswaar, maar met meer gevoel en heel veel gitaar, maar dus niet teveel. Pure rock 'n roll. Beste plaat van Reigning Sound.


Nummer 27: Be Your Own Pet - Be Your Own Pet (2006)

Voor hun debuut heb deze tieners 15 spetterende nummers opgenomen die doen denken aan de kracht en furie van een band als Bad Brains. Zangeres Jemima Pearl spuwt haar teksten in de microfoon. Tel daar de overstuurde, dissonante gitaarriffs samen met een pompende bas en een drummer die lak heeft aan snelheidslimieten bij op. Dit resulteert in een chaotische en maniakaal aandoende punkplaat waar de opwinding van afspat. In your face!


Nummer 28: Let It Bloom - Black Lips (2005)

Het kraakt aan alle kanten. Het is vies, vuil en verrot. Het is gruizig en vuig. Het kent prachtige valse harmonieën. Het kent het geluid van drank, drugs en wilde orgieën. Zelfs noemen ze het flowerpunk. Whatever. Op Let It Bloom laat Black Lips horen waar het allemaal toe in staat. Deze plaat komt het dichts in de buurt van een live-ervaring van Black Lips.


Nummer 29: Fuckin A - The Thermals (2004)

Er wordt hard geroepen dat debuut More Parts Per Million de beste plaat van The Thermals is. Bijna goed hoor, maar Fuckin A gaat verder waar de vorige ophoudt en kent in tegenstelling tot de voorganger helemaal geen zwakke punten meer. De plaat heeft natuurlijk niet voor niets de titel Fuckin A meegekregen.


Nummer 30: Adept - Adept (2007)

Verrassend sterke elekronoiseplaat van Nederlandse bodem. Donker, dissonant en destructief. Het knarst, het schuurt, het beukt en het piept. Adept wordt aan alle kanten bejubeld en vervolgens wordt de stekker er uitgetrokken. Stoppen op het hoogtepunt heet dat. Adept beheerst die kunst en nog veel meer.

Maandag 14 December 2009 at 10:33 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 31 t/m 35

Nummer 31: First Impressions Of Earth - The Strokes (2006)

Julian Casablancas zingt verveelder dan ooit, de gitaarpartijen klinken ingenieuzer dan ooit. Soms slaat dat allemaal door naar de verkeerde kant, maar meestal blijft de plaat angstvallig balanceren op de dunne grens tussen genialiteit en absolute bagger. Spannendste plaat van The Strokes en over het algemeen geheel ten onrechte beschouwd als een middelmatige plaat.


Nummer 32: Citrus - Asobi Seksu (2006)

Dit decennium mag om heel veel verschillende redenen niet tot het favoriete decennium uit mijn leven behoren, toch waren er ook genoeg hoogtepunten te beleven. Een paar daarvan vonden plaats in 2006, toevallig het jaar dat het beste is vertegenwoordigd in deze lijst met liefst 14 platen. Citrus werd mijn zomerplaat van 2006.


Nummer 33: Wait Long By The River And The Bodies Of Your Enemies Will Float By - The Drones (2005)

Klonk zanger Gareth Liddiard op Here Come The Lies nog alsof hij de nodige alcoholische consumpties achter de kiezen had, op Wait Long By The River... klinkt hij alsof hij 2 nachten heeft doorgehaald alvorens een microfoon ter hand te nemen. De nummers zijn meer uitgesponnen en gelukkig is het drumgeluid een stuk beter dan op Here Come The Lies.


Nummer 34: Clap Your Hands Say Yeah - Clap Your Hands Say Yeah (2005)

De grootste bloghype van 2005? Waarschijnlijk wel. Hoewel veel hypes niet eens in de buurt komen van deze planeet had de landing van Clap Your Hands Say Yeah de nodige impact. Vooral vanwege het doorjakkerende tempo en de stem van de zanger die klinkt als David Byrne on speed. Briljant nummer als afsluiter.


Nummer 35: Fix My Brain - The Marked Men (2006)

Volgens mij kwam de nodige endorfine vrij tijdens het concert van The Marked Men in Vera in 2006. Hoe dan ook, het concert zal mij bijblijven als een van de de live-hoogtepunten van dat jaar. Na het concert deze cd aangeschaft om tot de conclusie te komen dat The Marked Men met hun mix van pop en punk in de eredivisie spelen.

Maandag 14 December 2009 at 3:46 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 36 t/m 40

Nummer 36: A Story In White - Aereogramme (2001)

Craig B klinkt op deze debuutplaat van Aereogramme op het ene moment uiterst fragiel om er meteen daarna een vreselijke woedeuitbarsting op te laten volgen. Veelzijdigheid is troef op A Story In White en de verwarring soms compleet. Postrock, metal, indie en voorkabbelende elektronica. Horen is geloven.


Nummer 37: Dark Thrones And Black Flags - Darkthrone (2008)

Vorig jaar begon ik me ineens voor black metal te interesseren. Dan is het vervolgens onmogelijk om Darkthrone nog langer te vermijden. Deze Noren zijn in de 21ste eeuw langzaam maar zeker getransformeerd in een crustpunkband zonder de zwart metalen wortels te verloochenen, met Dark Thrones And Black Flags als een van de hoogtepunten.


Nummer 38: Watch Me Fall - Jay Reatard (2009)

Aan het eind van rit moet ik maar eens optellen hoeveel platen er in deze lijst staan waar Jay Reatard op de een of andere manier aan heeft meegewerkt. Uiteraard mag zijn solowerk niet ontbreken. Op Watch Me Fall neemt Reatard wat gas terug en klinkt ineens een stuk melancholischer.


Nummer 39: A Call And Response - The Longcut (2006)

Een plaat die ik via de luisterpaal van de VPRO ontdekt hebt. Als ik het stukje dat ik in 2006 over de plaat schreef teruglees is het eigenlijk verbazingwekkend dat deze plaat zo hoog in de top 100 is geeindigd. De plaat vergt kennelijk de nodige aandacht en geduld, maar dat groeit en bloeit er uiteindelijk ook iets prachtigs.


Nummer 40: Vivian Girls - Vivian Girls (2008)

Ik citeer voor het gemak maar wat ik hier vorig jaar over krabbelde: "Vanaf de eerste secondes doet de plaat denken aan hetgeen de Shop Assistants ooit voor elkaar kreeg. Het grote verschil met Shop Assistants is dat Cassie Ramone, Kickball Katy en Ali Koehler het geheel doordrenken met ferme Jesus & Mary Chain fuzz. De plaat raast 22 minuten lang onweerstaanbaar door. Er is geen ontkomen aan. Mijn favoriete indiepoppunkplaat van de jaren '00 is bekend."

Maandag 14 December 2009 at 1:44 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 41 t/m 45

Nummer 41: Lesser Matters - The Radio Dept. (2003)

De Zweedse indiepopband weet hoe je spannende muziek moet maken. Neem wat schijnbaar onschuldige melodieën en kieper daar een stuk of twee vrachtladingen gruis overheen. En dan gewoon doorspelen alsof er niets aan de hand is. Het levert op deze eerste plaat een paar prachtige nummers op, waaronder het geniale Why Won't You Talk About It?


Nummer 42: Hoodoo Garage - Bob Urh & The Bare Bones (2005)

Hoodoo Garage laat een rudimentair geluid horen met minimale arrangementen. Ieder nummer lijkt te zijn beinvloed door weer een andere klassieker. Van Robert Johnson tot de Velvet Underground en van The Gun Club tot de rauwe blues van The Rolling Stones op Exile On Main Street. Bob Urh zou eigenlijk bij het leven heilig verklaard moeten worden. Tot die tijd krijgt hij eeuwige roem op Planet Trash.


Nummer 43: Return To Cinder - Wooden Tit (2007)

Don Howland heeft met zijn Bassholes in het verleden een paar prachtige platen gemaakt. Met zijn nieuwe band Wooden Tit is het al niet anders. Immer doordenderende bluespunk terwijl er op de achtergrond nauwelijks verstaanbaar wordt gezongen. Angstaanjagend en beklemmend.


Nummer 44: Dávila 666 - Dávila 666 (2008)

De enige band uit Puerto Rico die deze lijst heeft gehaald. Doet denken aan Black Lips. Het rammelt links en rechts, maar de gouden melodieën blijven recht overeind staan. Alle nummers zijn in het Spaans gezongen, wat de feestvreugde slechts verhoogd en doet verlangen naar meer.


Nummer 45: Solid Brown - Ghetto Ways (2005)

Meest soulvolle garagepunkband van dit decennium. Het titelloze debuut was al veelbelovend en met opvolger Solid Brown worden alle beloftes volledig ingelost. Ghetto Ways heeft slechts 25 minuten nodig, terwijl zangeres/gitariste Jenna Young steeds nadrukkelijk aanwezig is. Inclusief een cover van Solomon Burke en Thin Lizzy.

Vrijdag 11 December 2009 at 4:54 pm Twee reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 46 t/m 50

Nummer 46: Relationship Of Command - At The Drive-In (2000)

Nog een plaat die in veel andere lijstjes terecht is gekomen. Tenminste, dat mag je hopen, want dit is wel een plaat die gehoord mag worden. Post-hardcore knalt frontaal op emo en het resultaat is Relationship Of Command. Agressief, adembenemend en vol passie. Iggy Pop doet ook nog even mee.


Nummer 47: Kala - M.I.A. (2007)

Het is niet alleen maar subversief bij M.I.A. Ze weet namelijk de lieve vrede te bewaren in haar familie. Was de eerste plaat naar haar vader genoemd, deze plaat is genoemd naar haar moeder. Best lief. Kala is stukken veelzijdiger dan de voorganger en kent een hele zwik mensen die hun medewerking hebben verleend. Waaronder Timbaland.


Nummer 48: Winchester Mystery House - The Hex Dispensers (2009)

The Hex Dispensers is een band naar mijn hart. Punk met een extreem hoog garagerockgehalte. Alles lijkt te kloppen aan deze band. Enige minpuntje is dat het debuut niet te overtreffen valt. Vandaar dat deze tweede plaat van de Texanen op de 48ste plaats terecht is gekomen. The Hex Dispensers is verplichte kost voor iedere bezoeker van Planet Trash.


Nummer 49: Shades Of Black - Eastern Lane (2003)

En toen was er opeens een bandje met hele jonge bandleden uit het Noorden van Engeland. Zo noordelijk dat ze bijna uit Schotland kwamen. Eastern Lane leunt voor een deel op het geluid van The Strokes, maar weet daar door allerlei zijwegen in te slaan een eigen draai aan te geven. Na Shades Of Black volgde nog een plaat en daarna werd het stil.


Nummer 50: Farm - Dinosaur Jr (2009)

Reunieplaat Beyond was al niet misselijk, maar wordt volkomen overtroffen door opvolger Farm. J Mascis lijkt bij iedere nieuwe dag een nog melancholischer stemgeluid te krijgen en ondertussen schudt hij de ene na de andere gruizige gitaarsolo uit de mouw. De immer bescheiden Lou Barlow bast ondertussen zijn partijtjes, terwijl iedere slag van drummer Murph raakt is.

Donderdag 10 December 2009 at 9:12 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 51 t/m 55

Nummer 51: Elephant - The White Stripes (2003)

Twee weken hadden Jack en Meg White nodig om Elephant op te nemen. Meer is dus niet nodig om een ijzersterke plaat op te nemen. De donkerste plaat van The White Stripes waarop Jack White regelmatig behoorlijk pissed off klinkt. Het maakt Elephant tot mijn favoriete plaat van het duo.


Nummer 52: Secret South - 16 Horsepower (2000)

De derde plaat van 16 Horsepower laat een andere aanpak horen dan de voorgangers. Het tempo wordt teruggeschroefd waardoor de verhalende teksten van David Eugene Edwards nog beter naar voren komen. De man lijkt iedere dag achtervolgd te worden door de meest vreselijke demonen. Inclusief prachtige Bob Dylan cover Nobody 'Cept You.


Nummer 53: Riot In The Jailhouse - Drugstop (2007)

Heel af en toe worden ze nog gemaakt. Een punkplaat die van begin tot het einde helemaal klopt. Het Duitse Drugstop maakt er eentje in 2007. Vol van woede en adrenaline. Action Swingers versus Dwarves versus Poison Idea. Uitgebracht door mijn favoriete Duitse label P.Trash Records.


Nummer 54: Guts Of Steel - Brimstone Howl (2007)

Guts Of Steel trakteert op een furieuze mix van garagerock, fucked up blues en old school punk. Naast een religieus bewustzijn ('Jesus is the Lord of me') heeft het kwartet de puberteit verlengd met teksten als 'I'm a cyclone boy/I'm pretty tough/I do lots of things/and other stuff', die desondanks prima passen en bijzonder aanstekelijk zijn. Luister maar eens naar Cyclone Boy en je begrijpt wat ik bedoel. Catchy as fuck. Bij tijd en wijlen doet Brimstone Howl denken aan The Gun Club.


Nummer 55: Wagonwheel Blues - The War On Drugs (2008)

Het verhaal van The War On Drugs begint in Philadelphia wanneer een paar Dylan-fans besluiten om een band te beginnen. Uiteraard moet hun voorliefde voor Bob Dylan duidelijk in hun muziek naar voren komen, maar andere invloeden blijken ook van harte welkom. En dat zijn er nogal wat. Het gaat te ver om alle invloeden te noemen, dus in samenvattende vorm kan gesteld worden dat Wagonwheel Blues klinkt alsof Bob Dylan bij Bruce Springsteen op bezoek is geweest en er een lang weekend voor hebben uitgetrokken om de muziek van Sonic Youth en The Velvet Underground te doorgronden.

Donderdag 10 December 2009 at 09:02 am Vier reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 56 t/m 60

Nummer 56: Good Bad Not Evil - Black Lips (2007)

Gaven de eerste drie platen nog het gevoel dat de opnameapparatuur buiten de garage stond en de band binnen met de deuren dicht aan het spelen was, op Good Bad Not Evil is van een crappy produktie geen sprake meer. Het hierdoor ontstane verlies van charme wordt ruimschoots gecompenseerd door de ijzersterke nummers. De transitie van garagerock met een poprandje naar pop met garagerockrandjes.


Nummer 57: Exploding Head - A Place To Bury Strangers (2009)

Had ik eerst nog zo mijn bedenkingen bij deze plaat, ondertussen ben ik helemaal om. Een van mijn favoriete platen van de huidige jaargang en daarom vanzelfsprekend ook een mooi plekje in deze decenniumlijst. Live ook een aanrader als je tenminste houdt van donker, hard, kil en meedogenloos.


Nummer 58: Keep On Your Mean Side - The Kills (2003)

Duo dat luistert naar de namen Hotel en VV. Je moet er maar opkomen. Gitarist Hotel beheerst de kunst een riff gruizig, eenvoudig en pakkend te laten klinken. Zangeres VV klinkt naast extreem cool ook nog eens sexy en onbenaderbaar. Prima debuut dat de opstap naar nog iets mooiers blijkt te zijn.


Nummer 59: Kid A - Radiohead (2000)

Radioheads beste plaat. Simple as that. Tevens de laatste plaat van Radiohead die ik uit kan zitten. Op Kid A komt alles samen, zo lijkt het. Zelfs dat akelig zeurderige stemmetje van Tom Yorke lijkt bij deze plaat te passen. Na Kid A wordt Radiohead ongeveer heilig verklaard, maar haak ik voorgoed af.


Nummer 60: Dangerous Game - Mary Weiss (2007)

Ik begrijp er niets van. Deze plaat heeft alles om een grote hit te worden, maar deed hoegenaamd niets. Mary Weiss zong in een heel ver verleden in de Shangri-Las en heeft nog steeds een prachtige stem. De backing band bestaat uit leden van Reigning Sound en de nummers zijn van Greg Cartwright. Een winnende combinatie toch?

Woensdag 09 December 2009 at 9:12 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 61 t/m 65

Nummer 61: Worlds Apart - ...And You Will Know Us By The Trail Of Dead (2005)

Volledig overtuigd was is. Overtuigd dat Trail Of Dead met deze plaat wereldberoemd zou worden. Gelukkig is dat niet gebeurd en de band lijkt nog meer dan genoeg in zich te hebben voor een paar prima platen. Voorlopig is Worlds Apart echter mijn favoriete plaat. Groots en meeslepend.


Nummer 62: World Of Shit - Terror Visions (2007)

Jay Reatard opereert als een eenmansterreurcel en wenst geen enkele consessie te doen aan zijn verdorven gedachtengoed. Links en rechts wordt waar nodig assistentie verleend door bevriende terreurcellen, maar het meeste werk wordt door de man zelf verricht. De gitaren zijn aan de kant geschoven en hebben plaats gemaakt voor elektronica. Niet dat het veel uitmaakt, want in de shitwereld van Terror Visions klinkt alles even gruwelijk en wreed.


Nummer 63: More Parts Per Million - The Thermals (2003)

Frisse en superenergieke punkplaat die in zijn geheel in de kelder is opgenomen. Was eigenlijk bedoeld als demo, maar waarom demo's opnieuw opnemen als ze zo goed klinken als de nummers op More Parts Per Million? Zanger/gitarist Hutch Harris is op tekstueel gebied een virtuoos.


Nummer 64: Everything All The Time - Band Of Horses (2006)

Toen ik het nummer The Funeral voor het eerst hoorde was ik direct verkocht. Een rustig begin, een breekbare stem en na 80 seconden knalt de rest van de band erin. Het hoogtepunt van deze plaat, maar gelukkig mogen de andere nummers op Everything All The Time er ook zijn.


Nummer 65: American III: Solitary Man - Johnny Cash (2000)

Na een jarenlange aversie jegens country ben ik het genre pas recentelijk voorzichtig gaan waarderen. Naar Johnny Cash heb ik al die tijd nooit geluisterd. Deze plaat uit 2000 bestaat onder andere uit een aantal covers die de orginelen doet verbleken. Mijn favoriete Johnny Cash-plaat.

Woensdag 09 December 2009 at 3:13 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 66 t/m 70

Nummer 66: Sometimes You Hear Through Somebody Else - Cranebuilders (2005)

Somber, melancholisch en met een fikse Velvet Underground-tik. Zelfs de stem van de zanger heeft dezelfde geruststellende uitwerking als die van Lou Reed. Deze indieband komt echter niet uit New York, maar uit Liverpool en heeft zich genoemd naar de plaatselijke platenwinkel waar de leden elkaar ontmoet hebben.


Nummer 67: Arular - M.I.A. (2005)

Jong en oud danste in de zomer van 2005 op deze plaat in huize Planet Trash. Tamil Tijgers, electroclash, revolutie, hip hop, punk en militante teksten. M.I.A. (Mathangi "Maya" Arulpragasam) is een dame naar mijn hart en ze maakt met haar guerrilla-aanpak van Arular de soundtrack van deze zomer.


Nummer 68: Cheap Time - Cheap Time (2008)

Zoals de meeste goede punkplaten worden de nummers, veertien in dit geval, binnen een half uur afgewerkt. Nergens wordt er echter geragd om het raggen. Novak heeft het met zijn maten voor elkaar gekregen een uitstekende plaat af te leveren door de drie-eenheid punk, garagerock en new wave subtiel met elkaar te laten verweven. Ondanks dat de plaat relatief simpel klinkt zijn er vele lagen te ontdekken. Dit maakt de plaat naast subversief ook uiterst intelligent.


Nummer 69: Here Comes The Heartattacks - The Heartattacks (2005)

Op P.Trash Records is dit decennium veel leuk spul uitgekomen. Vooral in de categorie punk en garagerock. Het uit Zweden afkomstige The Heartattacks combineert beide stijlen met als resultaat een killer van een garagepunkplaat Here Comes The Heartattacks. Een plaat waar het plezier aan alle kanten vanaf spat. Zo moet dat dus.


Nummer 70: The Attraction To All Things Uncertain - Tweaker (2001)

Tweaker is het soloproject van Chris Vrenna die zijn sporen in de jaren '90 vooral verdiende als drummer van Nine Inch Nails. Op zijn eerste soloplaat werkt hij samen met o.a. David Sylvian, Craig Wedren en Will Oldham. Donkere elektronica met vleugjes NIN-industrial geeft een fraai resultaat.

Dinsdag 08 December 2009 at 4:36 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 71 t/m 75

Nummer 71: Melville - Movie Star Junkies (2008)

Ondersteund door een aan alle kanten rammelend orkest worden alle soorten leed op een klagende wijze bezongen. Invloeden komen van alle kanten van de wereld aanwaaien. Klinkt de band aan het begin nog als een Europese versie van Demon's Claws, gaandeweg de plaat verandert de band langzaam maar zeker in een beschonken en zeeziek geworden hoempapaorkest dat gewoon doorspeelt ook al is de boot al lang en breed gezonken.


Nummer 72: Chat And Business - Ikara Colt (2002)

Ikara Colt had zich voorgenomen niet te lang door te gaan. De meeste bands zijn in staat om één, soms twee interessante platen te maken. Bij Ikara Colt is het bij de eerste plaat meteen raak. Pure artpunk met de juiste sneer. De tweede plaat is een stuk minder en kort daarna heft de band zichzelf op. Precies op tijd.


Nummer 73: Lateralus - Tool (2001)

Tool schuift met Lateralus steeds verder weg van metal en komt steeds dichter in de buurt van artrock en progrock. De plaat heeft niet dezelfde impact als voorganger Ænima, maar was het lange wachten (vijf jaar) wel waard. Een makkelijke plaat is het niet, wel een cryptische en spannende plaat.


Nummer 74: The Moi Non Plus - The Moi Non Plus (2008)

De muziek van dit Nederlandse duo bestaat uit gitaar, drums, zang en samples en doet denken aan Liars-achtige noise. Werden dit soort platen recentelijk alleen in het noorden des lands gemaakt, (Adept, Bonne Aparte) nu lijkt de randstad er ook klaar voor te zijn. Dit is de beste plaat van Neerlands bodem van 2008.


Nummer 75: The Fatals - The Fatals (2005)

Ik moet een beetje smokkelen. Deze plaat is eigenlijk een verzameling van drie singles plus een bonustrack, maar ik tel hem voor het gemak als regulier studio album in plaats van een verzamelplaat. Verzamelplaten horen namelijk niet in dit soort lijsten. The Fatals verdient deze uitzonderingspositie. De Fransen maakten gore, agressieve garagepunk dat live helemaal goed tot zijn recht kwam.

Dinsdag 08 December 2009 at 1:42 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 76 t/m 80

Nummer 76: They Threw Us All In A Trench And Stuck A Monument On Top - Liars (2001)

Voordat Liars ging experimenteren was het eigenlijk een gewoon bandje met een klassieke line-up. Geheel in overeenstemming met de heersende trend in 2001 wordt er op They Threw Us All In A Trench... strak gepunkfunkt. Liars onderscheidt zich echter door steeds een merkwaardige draai te geven aan de punk en aan de funk.


Nummer 77: B.R.M.C. - Black Rebel Motorcycle Club (2001)

Eerst wilde ik er niet aan. Dankzij de recensies en de verwijzingen daarin naar de Jesus And Mary Chain. Niet weer zo'n sneue kloon toch? Vertrouw nooit een recensent. Black Rebel Motorcycle Club doet op zijn debuutplaat alles goed en komt met een zeer sfeervolle, vage, druggie plaat. Ik kan ermee wakker worden en er mee in slaap vallen.


Nummer 78: Streetcore - Joe Strummer And The Mescaleros (2003)

Op 22 december 2002 ging Joe Strummer dood. Vijftig jaar oud. Fuck. Hij was bijna klaar met zijn derde plaat met The Mescaleros. Zijn bandleden zetten de puntjes op de i. Streetcore behoort tot zijn betere werk. De enige blanke die een Bob Marley-cover met volle overtuiging kan spelen en zingen.


Nummer 79: The Big Romance - David Kitt (2001)

Een beetje raar verhaal. Ik ontdekte David Kitt op MTV. Komt uit de tijd dat de muziek nog centraal stond bij MTV. Niet het meest voor de hand liggende medium om een obscure Ierse muzikant te ontdekken. Ben sindsdien verknocht geraakt aan de doe-het-zelf manier van muziek maken van David Kitt. Er volgden nog een paar platen, maar die haalden niet het niveau van The Big Romance.


Nummer 80: De Stijl - The White Stripes (2000)

The White Stripes mag dan zijn doorgebroken met White Blood Cells, die plaat heeft mij nooit erg kunnen bekoren. Voorganger De Stijl heeft veel meer te bieden en is daarnaast ook een stuk meer gefocust en klinkt op de een of andere manier simpelweg een stuk oprechter. Dat komt vast door de blues.


Maandag 07 December 2009 at 8:53 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 81 t/m 85

Nummer 81: De-Loused In The Comatorium - The Mars Volta (2003)

Het is even wennen. Dat wel. Na het uiteenvallen van At The Drive-In gaat de ene helft van de band verder in Sparta en de andere, veel spannender, helft verder in The Mars Volta. At The Drive-In goes progrock. Live kon het me niet overtuigen, maar deze debuutplaat van The Mars Volta geeft het gevoel dat de boel elk moment kan ontploffen.


Nummer 82: Lost Sounds - Lost Sounds (2004)

De eerste plaat in deze lijst waar Jay Reatard aan meedoet, maar zeker niet de laatste. Wel de laatste plaat van Lost Sounds aangezien Reatard het aan de stok krijgt met zijn vriendin die ook in de band zit. New wave krijgt een ernstig ongeluk als het frontaal tegen garagerock aanknalt met deze plaat als ernstig verminkt resultaat. I Get Nervous!!!


Nummer 83: Shop Fronts - Shop Fronts (2006)

Punkband uit Brooklyn, New York. In eerste instantie lijkt de plaat aan alle kanten te rammelen, maar bij de tweede beluistering blijken er hier en daar extra lagen te zijn aangebracht. Een extra gitaar hier, wat extra achtergrondzang daar. Deze nonchalante inkleuring verheft deze release ver boven het gemiddelde. Garagepunk ontmoet streetpunk met een aantal geweldige meezingers.


Nummer 84: Time Bomb High School - Reigning Sound (2002)

Ik had even wat tijd nodig om het werk van de drie ex-Oblivians te kunnen waarderen na het uiteenvallen van de Oblivians. Met deze plaat was ik om. Cartwright laat horen dat hij aan de ene kant de controle nog volledig kwijt kan raken om aan de andere kant de teugels strak in handen te houden.  Tijdloze plaat.


Nummer 85: Dear Science - TV On The Radio (2008)

Eigenlijk vond ik deze plaat vies tegenvallen. Te veel lichtvoetige funk die me aan Prince doet denken en ik wil al meer dan twintig jaar niet aan Prince denken. De doorzetter wint echter, want na tig luisterbeurten weet ik deze plaat toch te waarderen. De andere TVOTR-platen zijn beter, vandaar deze enigszins lage notering voor Dear Science.

Zaterdag 05 December 2009 at 12:30 pm Eén reactie

Top 100 van nul nul. Nummer 86 t/m 90

Nummer 86: JJ72 - JJ72 (2000)

In tegenstelling tot de heersende consensus vind ik het begin van het decennium muzikaal gezien veel minder interessant dan de tweede helft van het decennium. Dit debuut van JJ72 is echter een plaat die me nog steeds lief is. Best vreemd aangezien een zanger met een hoge stem mij meestal de kriebels geeft en de combinatie van Joy Division, Placebo en Nirvana nou niet bepaald de originaliteitsprijs wint.


Nummer 87: Source Tags & Codes - ...And You Will Know Us By The Trail Of Dead (2002)

Pitchfork was lyrisch over deze plaat. Die site weet wat overdrijven is. Lees maar: "Source Tags & Codes will take you in, rip you to shreds, piece you together, lick your wounds clean, and send you back into the world with a concurrent sense of loss and hope. And you will never, ever be the same." Zo goed is de plaat nou ook weer niet, maar wel goed genoeg voor deze top 100. Inclusief een van mijn favoriete nummers van het decennium: Relative Ways.


Nummer 88: XTRMNTR - Primal Scream (2000)

Primal Scream verkent op XTRMNTR de grenzen tussen elektronica en punk en haalt en passant een hele rits bekenden van stal die mee mogen doen. Of mag Primal Scream meedoen met die bekenden? De grote namen op deze plaat zijn Bernard Sumner, Kevin Shields en de Chemical Brothers. Achteraf mag de plaat beschouwd worden als vingeroefening voor de volgende plaat die nog veel meer indruk maakt.


Nummer 89: Your Favorite Position Is On Your Knees - Reverend Beat-Man And The Church Of Herpes (2006)

Wat krijg je als je twee totaal verschillende stijlen met elkaar mixt? In dit geval een mix van de Gospel Rock 'n Roll van Reverend Beat-Man met de Industrial van Herpes-ö-Deluxe. Deze twee Zwitserse uitersten voeren een rituele paringsdans op met als resultaat de geboorte van het prachtige bastaardkind genaamd Your Favorite Position Is on Your Knees. Reverend Beat-Man weet de luisteraar op deze plaat van het begin tot het einde te verontrusten en op de spaarzame momenten dat hij meent ons niet met zijn boodschap te moeten verblijden neemt de band het over met lome en zwaar aangezette ritmes.


Nummer 90: Afro Finger And Gel - Mu (2003)

Hij komt oorspronkelijk uit Baltimore en zij uit Japan. Hij maakt de beats en plamuurt de hele plaat vol met elektronica en zij kirt en gilt in gebroken engels. Samen wonen ze in Sheffield en noemen zich Mu. Techno weet mij nauwelijks te boeien, maar Afro Finger And Gel is het tegenovergestelde van geestdodende en zielloze techno.


Vrijdag 04 December 2009 at 5:18 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 91 t/m 95

Nummer 91: Jewellery - Micachu (2009)

Voor het eerst tegengekomen op Eurosonic 2009. Een vreemd meisje met haar begeleidingsband bestaande uit twee niet extreem getalenteerde muzikanten. De nummers op Jewellery jengelen maar door en transformeren van puisterige synthpop in rammelende liedjes vol speelgoedinstrumenten. De nummers lijken over elkaar heen te struikelen en springen alle kanten op.


Nummer 92: Psychopharmacology - Firewater (2001)

Cop Shoot Cop is niet meer, maar Tod A bewijst dat er na een gevangenisstraf en met behulp van een flinke dosis prozac toch nog hoop is om een menswaardigbestaan te leiden. Makkelijk is het allemaal niet natuurlijk. We leven immers in een Bad, Bad World aldus Tod A en Jennifer Charles van Elysian Fields.


Nummer 93: Get The Basics - The Situations  (2007)

Nieuwzeelanders die The Velvet Underground als uitgangspunt nemen. Als dat maar goed gaat. Op Get The Basics pakt het zelfs bijzonder goed uit. Op het ene moment een verdacht zoetsappig nummer opnemen om die meteen af te wisselen met nummers vol venijn. The Situations beheerst de basis volledig.


Nummer 94: Get Famous! - Wheels On Fire (2009)

Zijn dat The Rolling Stones dan? Bijna. Wheels On Fire gaat verder waar de Stones begin jaren '70 ophielden en doet dat geweldig. De ouwe lullen spelen nog hele stadions vol, terwijl de jonge honden in achterafzaaltjes voor een krat bier en een zak pinda's spelen. Precies zoals het hoort.


Nummer 95: Wunderkammer - The Dead Brothers (2006)

Een begrafenisorkest dat zich muzikaal laat inspireren door rammeljazz, zigeunermuziek, rock uit lang vervlogen tijden en fanfare. Als er dan toch een band is die op mijn crematie gaat spelen laat het dan The Dead Brothers zijn.

Vrijdag 04 December 2009 at 12:33 pm Geen reacties

Top 100 van nul nul. Nummer 96 t/m 100

Nummer 96: The Body, The Blood, The Machine - The Thermals  (2006)

The Thermals wordt op deze derde plaat vaak verkeerd begrepen. Als het tempo wordt teruggeschroefd heeft dat geen gevolgen voor de intensiteit. Integendeel. The Body, The Blood, The Machine heeft meer weg van de naschok van een aardbeving en naschokken willen nog wel eens de vervelende eigenschap hebben meer schade aan te richten dan de aardbeving zelf.


Nummer 97: Show Your Bones - Yeah Yeah Yeahs (2006)

Al kan de laatste plaat van Yeah Yeah Yeahs mij gestolen worden, voor Karen O zal ik altijd een zwak houden. Op Show Your Bones geeft ze zich volledig bloot en ik zou haar graag willen troosten. De plaat is niet wild en rauw zoals het debuut, maar juist mooi ingetogen en treurig. De band ging er door deze plaat bijna aan onderdoor, maar dat was helaas te mooi om waar te zijn.


Nummer 98: Post-Nothing - Japandroids (2009)

In de jaren nul nul worden duo's defintief als volwaardige bands gezien. Met dank aan The White Stripes die in deze lijst nog aan de beurt komen. Japandroids bestaat uit twee Canadezen die met gestructureerde herrie in het diepe duiken. Briljante naam, briljante titel en bijna een briljante plaat.


Nummer 99: Good Heath - Pretty Girls Make Graves (2002)

Lang heb ik deze band links laten liggen vanwege de verwijzing naar The Smiths, bang als ik was om met een treurige Smithskloon geconfronteerd te worden. Gelukkig op tijd mijn antipathie aan de kant gezet om deze plaat te kunnen ontarmen. Art punk meets indie rock meets emo met dank aan At The Drive-In.


Nummer 100: Hissing Fauna, Are You The Destroyer?- of Montreal (2007)

Er waren veel kandidaten voor dit stekje. Op nummer 100 een eclectische indiepopplaat die bij hoge uitzondering wel weet te boeien van begin tot het eind. En dat in een decennium waarin het doelloze indiepopgeneuzel een treurig dieptepunt wist te bereiken. of Montreal maakt met Hissing Fauna, Are You The Detroyer? een plaat die de band nooit meer zal kunnen overtreffen.


Donderdag 03 December 2009 at 10:46 pm Geen reacties

Eat me!

XML: RSS Feed XML: Atom Feed